De eerste zin

Wat zeg je in de eerste zin? Ze verwachten een geweldige opening, niet waar.
Je bent niet eens begonnen en je verlangt nu al
naar het moment dat het van het oude gordijn gemaakte doek weer valt. Dan maak je je snel en geruisloos uit de voeten en verdwijn je opgelucht achter de kartonnen coulissen. 

De stoel 
Het geroezemoes in het kleine zaaltje. De geur van alcohol die er hangt, heeft iets bedreigends. Geen podium. Een oude vleugel in de hoek. En wij, kleine slachtoffers van de ouders die zonodig moeten laten zien hoe getalenteerd hun kroost wel niet is. Ik ben zeven en ik moet op een stoel gaan staan zodat iedereen mij kan zien. Ik zou een gedicht voordragen want mijn moeder wil dat graag. Er zit snot in mijn neus maar ik durf niet te snuiten. Alle ogen lijken op mij gericht. Mijn stoel wiebelt en kraakt bij iedere voorzichtige beweging. Door de half opgedroogde tranen zie ik vrolijke gezichten van het publiek. Ik neem een grote hap lucht: “Ik vind het leuk om dit gedicht op te zeggen”. Eigenlijk moet ik zeggen ‘voordragen’ of ‘declameren’ maar deze woorden ken ik niet. 

Vermomde zegeningen  
Veel later zie ik een onscherpe foto van deze vreugdeloze exercitie. Springerige vlechten, een opgezwollen neusje en een diep ongelukkige blik. Onverholen en intens, zoals alleen de blik van een kind kan zijn. Waarom sprong ik toen niet af van die vervloekte stoel en rende ik niet weg? En waarom zei ik zo expliciet dat ik het leuk vond, terwijl ik er behoorlijk tegenop zag?  

Vaag vermoed ik dat er toen bij mij een diepe angst is geboren voor ‘de eerste zinnen’. Het voelt vaak alsof ik iets moet zeggen dat niet klopt. Waar begin ik in godsnaam mee? Inmiddels heb ik een gereedschapskist vol met veilige openingszinnen. Wat is het heerlijk om me achter een gepast citaat te verschuilen. Favorieten: Churchill, Arnon Grunberg, Oscar Wilde. Of door een ‘ambiance’ entree het verhaal binnen te wandelen. “Het waterige winterzonnetje keek voorzichtig door het stoffige raam”. 

Deze en soortgelijke ‘veiligheidsschoenen’ wringen echter wel eens en ik voel een lichte verleiding om mijn oeroude angst tegemoet te treden en te beginnen met: ’’Hij schraapte zijn keel en… “  Misschien zou ik het eens filosofisch moeten beredeneren. “Sommige rampen zijn zegeningen in een vermomming”. Grunberg zal het weten. 

 

 

 

 

Geef een reactie